Handige feiten op een rij


 

Bron: Belastingdienst

Belastingdienst codes

Op de Belastingdienst aangiftes zijn vaak codes te vinden die een omschrijving geven over de soort aanslag en de periode van de aanslag. Op de website van de Belastingdienst zelf is hier niets over te vinden, vandaar dat wij een lijstje voor u hebben samengesteld met alle mogelijke codes die gebruikt worden.

Weet u alleen het betalingskenmerk, dan kunt u die eerst hier omzetten naar de code. De code die op de aangifte te vinden is begint altijd met uw BSN/sofinummer. Daarna wordt de soort aanslag uitgedrukt als een letter.

A - Loonheffing naheffing
B - Omzetbelasting
F - Omzetbelasting naheffing
H - Inkomstenbelasting
K - Vermogensrendementsheffing
L - Loonheffing
M - Motorrijtuigenbelasting
O - Omzetbelasting teruggaaf
S - Premie ziekenfondswet zelfstandigen (t/m 2005)
T - Toeslagen (eindigend op 1 = kinderopvang, 2 = huur, 3 = zorg)
V - Vennootschapsbelasting
W - Zorgverzekeringswet
Y - Motorrijtuigenbelasting naheffing
Z - Overige

Na de letter vindt u het laatste cijfer van het jaar van de aanslag. De cijfers daarna zijn een nadere aanduiding van de aanslag waarbij:

0 t/m 5 = 1e t/m 6e voorlopige aanslag
6 = definitieve aanslag
7 t/m 9 = 1e t/m 3e navorderingsaanslag

Voorbeelden

1234.56.789.H.86 = Definitieve aanslag inkomstenbelasting 2008
9876.54.321.B.01.0010 = Omzetbelasting januari 2010
2468.13.579.A.01.9120 = Naheffing loonheffing december 2009


Terug naar Top


Bron: MinFin

Uren criterium en ondernemerswerkzaamheden

1. Inleiding

De economische crisis is voor vele ondernemers niet zonder gevolgen gebleven. In menige branche is men geconfronteerd met het teruglopen van het aantal opdrachten en dalende omzetten. Als gevolg daarvan hebben ondernemers geprobeerd het tij te keren door meer tijd te besteden aan bijvoorbeeld acquisitie en het verkrijgen van grotere naamsbekendheid. De tijd die besteed wordt aan laatstgenoemde of vergelijkbare activiteiten blijkt in de praktijk niet altijd eenduidig te herleiden. Daardoor wordt het voor de ondernemer moeilijker aannemelijk te maken of wordt voldaan aan het urencriterium, dat toegang geeft tot een aantal fiscale faciliteiten.
Deze omstandigheden geven aanleiding om voor de beoordeling of wordt voldaan aan het urencriterium duidelijkheid te verschaffen over de kwalificatie van de werkzaamheden van de ondernemer. In dit besluit wordt aangegeven hoe de invulling van het urencriterium plaatsvindt. Het moet gaan om werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. In die gevallen waarin er twijfel mogelijk is over de aannemelijkheid van het aantal aan deze werkzaamheden bestede uren, zal de inspecteur voor de crisisjaren 2009 en 2010 enige soepelheid betrachten.

2. Het urencriterium

Als wordt voldaan aan het urencriterium kan een ondernemer in aanmerking komen voor een aantal fiscale faciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, de dotatie aan de fiscale oudedagsreserve en tot en met het jaar 2009 de MKB-winstvrijstelling. In artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is opgenomen wat onder het urencriterium dient te worden verstaan. Eén van de elementen is dat gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uren worden besteed aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet. De ondernemer moet aannemelijk maken dat aan het criterium wordt voldaan. Dat roept de vraag op welke werkzaamheden kunnen worden meegenomen.

3. Ondernemerswerkzaamheden

Voor het urencriterium gaat het volgens vaste jurisprudentie om alle tijd die wordt besteed aan werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. In veel gevallen zal duidelijk zijn welke werkzaamheden dat zijn. Bijvoorbeeld de loodgieterswerkzaamheden van de loodgieter, het schilderwerk voor de schilder, de kapperswerkzaamheden voor de kapper, de declarabele uren voor de advocaat en de accountant etc. Daarbij kan ook worden gedacht aan de tijd die wordt besteed aan bijvoorbeeld woon-werkverkeer, cliëntbezoek en het maken van offertes. Deze werkzaamheden hebben een duidelijk direct verband met ondernemersactiviteiten. Het zal voor de ondernemer in het algemeen niet veel moeite kosten aannemelijk te maken hoeveel tijd is besteed aan deze werkzaamheden.
Er zijn echter ook andere activiteiten die met het oog op zakelijke belangen van de onderneming worden verricht, maar die niet direct toerekenbaar zijn aan opdrachten. Voorbeelden daarvan zijn het zelfstandig voeren van de administratie (boekhouding inclusief belastingaangiften), aanvragen van vergunningen, het creëren van een website en werkzaamheden die verband houden met acquisitie. Van deze activiteiten staat het zakelijke karakter vast, maar zal niet altijd duidelijk zijn hoeveel tijd de ondernemer daaraan heeft besteed.

4. Soepelheid bij beoordeling

Het is denkbaar dat door de kredietcrisis een verschuiving plaatsvindt van werkzaamheden die een duidelijk direct verband hebben met ondernemersactiviteiten naar andere activiteiten zoals hierboven genoemd. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal bestede uren aan de hiervoor genoemde activiteiten, zullen de inspecteurs voor de jaren 2009 en 2010 in geval van mogelijke twijfel enige soepelheid betrachten. Bij belastingplichtigen met een gebroken boekjaar gaat het om de in beslag genomen tijd in het boekjaar waarvan de winst wordt toegerekend aan het kalenderjaar 2009 respectievelijk 2010.

5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Den Haag, 8 maart 2010.

De minister van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.

Terug naar Top

 

Bron: het AD

Spooknota's

Nederlandse bedrijven en overheidsinstellingen worden bedolven onder spooknota's. Het aantal meldingen over bedrijfsoplichting is de afgelopen twaalf maanden gestegen met liefst 72 procent, volgens gegevens van het Steunpunt Acquisitiefraude (SAF).

Uit onderzoek door criminologen van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat zelfs een politiebureau slachtoffer is geworden, door een rekening te betalen voor advertenties die waarschijnlijk nooit zijn geplaatst. Ook
banken, grote overheidsinstellingen en kleine ondernemers trappen in de oplichtingspraktijken. SAF-directeur Fleur van Eck maakt zich 'grote zorgen' om de opmars van de malafide advertentieverkopers. Volgens haar zitten
er internationale bendes achter de grote fraude.

De oplichting vindt op verschillende manieren plaats. Zo zetten bedrijven nietsvermoedend een handtekening onder een factuur voor een advertentie, die in werkelijkheid een contract ter waarde van duizenden euro's
voor een veel groter aantal advertenties blijkt te zijn. Of ze denken een factuur te betalen van een serieus bedrijf, dat later nep blijkt te zijn.

MKB Nederland schat dat het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks voor 500 miljoen euro wordt getild. Vaak kunnen bedrijven fluiten naar hun geld. ,,De rechter zegt: ik zie een handtekening,'' aldus onderzoeker Henk van de Bunt.
Naar de politie stappen lijkt evenmin zinvol. De hoogleraar probeerde bij 25 Nederlandse politiekorpsen aangifte te doen van acquisitiefraude. Slechts twee korpsen herkenden het als oplichting. ,,Andere korpsen zeiden dat het
geen strafbaar feit is en dat ze daarom geen aangifte konden opnemen. Soms gaven ze zelfs nog een extra douw door te vragen of we niet beter hadden kunnen opletten.''

Onder meer MKB en de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken werken achter de schermen aan een plan om de malafide bedrijven het werken onmogelijk te maken, door onder meer hun bankrekeningen en
telefoonlijnen te blokkeren.

 

Terug naar Top

 

Bron: NRC

OV-chipkaart en de fiscus

De omstreden OV-chipkaart zorgt ook voor fiscale problemen. De regels voor het belastingvrij verstrekken van openbaar vervoerkaartjes zijn niet op dit fenomeen afgestemd. Staatssecretaris De Jager (Financiën) heeft daarom aparte regels ontworpen voor werknemers met een OV-chipkaart. Normaal gesproken moeten ze bij hun werkgever bijvoorbeeld de metrokaartjes inleveren. De chipkaart levert zulke kaartjes niet, dus dat geeft problemen.De Belastingdienst heeft deze week geschreven dat hij voortaan ook het reisoverzicht accepteert dat iedere chipkaarthouder via internet kan ophalen.

Het inleveren van bijvoorbeeld treinkaartjes loopt ook spaak als men een vertragingsvergoeding claimt bij de NS. Die wil om fraude te voorkomen dat u het originele kaartje toestuurt. Maar de belastinginspecteur wil ook het originele kaartje zien. Met een kopie neemt hij geen genoegen. Uiteindelijk bindt de fisus in, maar daar komt wel een speciale regeling aan te pas. Men moet bij de fotokopie van het treinkaartje het origineel vastnieten van de brief (of de e-mail) waarmee de NS de vertragingsvergoeding toekent. Of afwijst trouwens. Die beide stukken moet u bij uw werkgever inleveren. En omdat de Belastingdienst het behalve makkelijker ook leuker wil maken, is apart geregeld dat de vertragingsvergoeding zelf,  niet apart wordt belast.

Op de site van de belastingdienst is meer informatie te vinden: klik hier.

 

Terug naar Top

 

Bron: belastingdienst

Auto van de zaak of privé?

De (personen)auto van of voor de zaak is fiscaal gezien een verhaal apart. U kunt ervoor kiezen om de auto op naam van de zaak te zetten of in privé te houden, beide varianten hebben elk zijn voor- en nadelen.

U kunt niet zomaar switchen, heeft u eenmaal gekozen dan ligt de keuze voorlopig vast. Wordt de auto grotendeels gebruikt voor de onderneming dan heeft u overigens geen keuze. De auto wordt dan verplicht tot het ondernemingsvermogen gerekend. Wordt de auto echter grotendeels privé gebruikt dan geldt het omgekeerde.

Afhankelijk van de werkelijke kosten, cataloguswaarde, het aantal gereden kilometers (voor het werk, woonwerk en privé) en het marginale I.B. tarief is de uitkomst van de berekening weer anders. De keuze is daarom niet eenduidig vast te stellen. In algemene zin komt het erop neer dat bij veel zakelijke kilometers het verstandig is de auto in privé eigendom te houden. Worden er weinig zakelijke kilometers gemaakt en/of betreft het een duurdere auto dan kan het voordeliger zijn de auto op naam van de zaak te zetten.

Auto in privé-vermogen: kilometeradministratie bijhouden
Behoort de auto tot het privé-vermogen dan kunt u de kosten van het autobezit niet in rekening brengen van de onderneming. U heeft daarentegen het recht om een bepaald bedrag per gereden zakelijke kilometer (2009: € 0,19/km) in aftrek te brengen van uw winst. Dit bedrag is inclusief bijkomende kosten zoals parkeergeld, wasserette, etc. U bespaart zodoende in de te betalen belasting over de winst afhankelijk van het aantal gereden zakelijke kilometers. Woon-werkverkeer kilometers worden overigens ook gezien als zakelijke kilometers.

Wat u nog wel moet doen is alle bonnetjes met betrekking tot uw privé auto bewaren. De BTW hierop kunt u namelijk naar rato van het aantal zakelijke kilometers (t.o.v. het totaal aantal gereden kilometers) terugvorderen bij uw periodieke BTW aangifte. U kunt er ook voor kiezen om de BTW bij aanschaf van de auto gedeeltelijk terug te vragen, u krijgt dan wel te maken met een jaarlijkse bijtelling voor de BTW (en dat pakt niet altijd gunstig uit).

Auto in ondernemingsvermogen: bijtelling privé-gebruik (autokostenfictie)
Ten eerste heeft u te maken met alle autokosten zoals de aanschafprijs, de brandstofkosten maar ook de motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies, APK, onderhouds- en reparatiekosten en overige kosten (denk aan parkeergeld, wasserette, tol maar niet de boetes!). Behoort de auto tot het ondernemingsvermogen dan kunt u de kosten in principe van uw winst aftrekken, de BTW als voorbelasting terugvorderen en afschrijven op de auto (er kan natuurlijk ook sprake zijn van een leaseconstructie, de procedure werkt vrijwel hetzelfde). Hier zit het voordeel van de auto op naam van de zaak aan te schaffen: u vordert de BTW terug en u betaalt minder belasting.

Voor het privé-gebruik wordt vervolgens een fictieve bijtelling voor het privé-gebruik vastgesteld welke gelijk is aan 25% (14% voor zuinige auto's) van de cataloguswaarde bij aanschaf inclusief BTW en BPM (voor auto's ouder dan 15 jaar geldt de waarde in het economisch verkeer). Alleen als u met een degelijke rittenadministratie kunt aantonen dat u minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt (woonwerk verkeer wordt tevens gezien als zakelijke kilometers), wordt de fictieve bijtelling op 0% gesteld. U hoeft dus geen rittenadministratie bij te houden als u van te voren weet dat u meer dan 500 kilometer privé rijdt. Als de auto halverwege het jaar is aangeschaft, dan worden deze bedragen aangepast naar het gedeelte van het jaar dat de auto in gebruik is.

Zijn de werkelijke totale kosten van de auto lager dan 25% (14% voor zuinige auto's) van de cataloguswaarde, dan kunt u de werkelijke totale kosten als fictieve bijtelling rekenen. Er blijft dan per saldo geen aftrekmogelijkheid meer over aangezien de aftrek dan gelijk is aan de fictieve bijtelling. Deze regeling is alleen van toepassing op een eenmanszaak, maatschap of vof.

LET OP: Vanaf 2009 zijn er 3 categorieën voor de bijtelling voor privé gebruik waarin de auto kan vallen, namelijk: 25%, 20% (benzineauto's met een uitstoot van 111 tot 140 gram CO2/km en dieselmotoren met een uitstaat van 96 en 116 gram CO2/km) en 14% (bezineauto's met een uitstoot tot 110 gram CO2/km en dieselmotoren met een uitstoot tot 95 gram CO2/km).

Privé-gebruik auto en de BTW
Bij het privé gebruik van de auto van de zaak dient u BTW af te rekenen bij de laatste BTW aangifte. Heeft u bij de aanschaf van de auto de BTW afgetrokken, dan dient u jaarlijks 12% BTW af te dragen over de privé bijtelling. Is er geen sprake geweest van vooraftrek van de BTW bij aanschaf, dan vindt er ook geen correctie plaats. Kunt u aantonen dat de werkelijke kosten lager zijn dan de fictieve bijtelling dan neemt u dat bedrag als basis voor de berekening van de privé bijtelling BTW. Als de belastinginspecteur kan aantonen dat de waarde van het privé gebruik hoger is dan de forfaitaire bijtelling (omdat u bijvoorbeeld weinig zakelijke kilometers heeft gereden), zal het hogere bedrag als bijtelling worden gerekend.

Indien u kunt aantonen per jaar minder dan 500 km privé te hebben gereden, dan hoeft u overigens geen BTW correctie uit te voeren. Dit is alleen haalbaar met een sluitende kilometeradministratie. Indien er sprake is van een doorlopend wisselend gebruik van een bestelauto door meerdere werknemers is er een lager forfait van toepassing, namelijk 12% BTW over 10% van de cataloguswaarde.

De BTW-correctie vindt plaats bij de laatste BTW-aangifte van het jaar.

Bestelauto in plaats van personenauto
Naast een personenauto kan men er ook voor kiezen een bestelauto met grijs kenteken aan te schaffen. Fiscaal gezien heeft dit namelijk voordelen. Gaat de bestelauto voor meer dan 10% voor de onderneming gebruikt worden, dan kan de BPM-vrijstelling worden toegepast (de BPM moet alsnog worden afgedragen wanneer binnen 5 jaar niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan of wanneer de bestelauto in deze periode wordt doorverkocht). Daarnaast wordt automatisch een lager tarief motorrijtuigenbelasting toegepast, u moet daarvoor wel een ondernemer voor de omzetbelasting zijn.

Is de bestelauto uitsluitend geschikt voor het vervoer van goederen, dan hoeft er ook geen fiscale bijtelling voor het privégebruik te worden toegepast (25% en 14% voor zuinige auto's). Dit is het geval wanneer de bestelauto daartoe is ingericht en noodzakelijk is voor de aard van het werk, er achterin geen zitplaatsen aanwezig zijn én er naast het woon-werkverkeer verder geen privé kilometers worden gereden.

Rekenvoorbeeld nieuwe auto
Eerst dient er een schatting gemaakt te worden van de belangrijkste variabelen:

Catalogusprijs nieuwe auto: € 20.600
Jaarlijkse autokosten exclusief benzine: € 2.000
Aantal privé kilometers: 10.000
Aantal zakelijke kilometers: 30.000
Geschat brandstofverbruik: € 4.000
Afschrijving (over exclusief BTW aanschafprijs): € 2.400
Marginaal belastingtarief: 42%
Privé: In de privé sfeer zou u te maken hebben met de aanschafprijs (€ 20.600) en de jaarlijks te maken kosten en brandstofverbruik (€ 7.000). Daarnaast heeft u recht op een aftrek op de winst van € 5.400 (30.000 km * € 0,19/km (2008)) waarover u 42% belasting bespaart: € 2.268. U kunt tevens de betaalde BTW over de benzine en overige autokosten terugvragen, in dit geval ongeveer € 675: 30.000/40.000 * ± € 900 over de jaarlijkse kosten (niet op alle kostenposten wordt BTW verrekend). De totale kosten zijn aldus jaarlijks € 3.982 (6.000 - 2.268 - 675) en € 20.600 voor de aanschaf. Het belastingvoordeel bedraagt zoals gezegd € 2.268 + € 675 = € 2.943.

Zakelijk: Ten eerste krijgt u de BTW terug: € 2.570 over de aanschafprijs en ± € 900 over de jaarlijkse kosten (niet op alle kostenposten wordt BTW verrekend). De totale jaarlijkse kosten voor de onderneming zijn dus € 5.100 (2.000+4.000-900) plus een afschrijving van ± € 2.400. Volgens het aantal privé-kilometers geldt de fictieve bijtelling van 25% (2008): € 5.150 (25%*20.600). Het belastingvoordeel bedraagt aldus € 987 (42%*(5.100+2.400-5.150)). Voor het privé gebruik moet u tevens 12% BTW afdragen over de fictieve bijtelling, in dit geval € 618 (12% * 25% * € 20.600). Daarnaast dient u de BTW te corrigeren voor privé gebruik, in dit geval is het privé gebruik 25%. U moet zodoende ook nog 25% corrigeren voor de BTW over de benzine en overige autokosten (ongeveer € 200). Het resterende jaarlijkse belastingvoordeel bedraagt zodoende € 1.069 (900+987-618-200) en een eenmalige teruggaaf BTW van € 2.570.

Conclusie: Vanwege het groot aantal zakelijke kilometers kunt u waarschijnlijk jaarlijks behoorlijk wat geld besparen door de auto privé aan te schaffen. U bent dan echter wel gebonden aan een omvangrijke rittenadministratie. Het eenmalige BTW voordeel bij aanschaf zou u echter kunnen besluiten de auto namens de zaak te kopen. Bedenk echter dat bij verkoop van de auto weer BTW afgedragen dient te worden. Daarnaast behoort u rekening te houden externe factoren zoals het rentevoordeel i.v.m. de teruggave van de BTW, toekomstig gebruik en eventuele aftrek van rentelasten voor het aangaan van een lening door de onderneming voor de aanschaf van de auto.

Elke situatie is echter weer anders! Met een BV heeft u bijvoorbeeld te maken met twee belastingpercentages te maken. U zult uw eigen situatie zelf of samen met uw accountant moeten bekijken om te achterhalen wat het voordeligst is. De berekening bij het leasen van een auto gaat overigens op een soortgelijke wijze.

 

Terug naar Top

 


Bron: MKB servicedesk

Hoe zorg ik dat mijn facturen betaald worden?

In je algemene voorwaarden zijn als het goed is de betalingsvoorwaarden vastgelegd. Ook op een factuur staat een vervaldatum. Als de betaling lang op zich laat wachten kun je de volgende stappen ondernemen:

 

  • Betalingsherinnering(en) sturen
  • Een formele juridische sommatie (laatste aanmaning) sturen
  • De factuur voor incasso uit handen geven aan een incassobureau, gerechtsdeurwaarder of advocaat.

Betalingsherinnering(en)

Als na het verstrijken van de betalingstermijn nog geen geld binnen is, stuur dan een betalingsherinnering. Schrijf een normale, zakelijke brief, waarin je vriendelijk verzoekt tot betaling over te gaan. Stel in de brief een nieuwe betalingstermijn, bijvoorbeeld twee weken na dagtekening van de brief. Als het een klant is die je goed kent, kun je natuurlijk ook telefonisch contact opnemen en vragen naar de stand van zaken.

 

Omdat sommige bedrijven pas na een betalingsherinnering overgaan tot betaling kan het verstandig zijn om een korte betalingstermijn te hanteren.  

 

Betalingsregeling

Als een klant wel wil, maar niet kan betalen, spreek dan een betalingsregeling af. Bespreek met de klant wat haalbaar is en bevestig deze afspraak schriftelijk.

 

Wettelijke handelsrente in rekening brengen

Als de betaling niet op tijd binnen is, mag je volgens de wet rente op de vordering berekenen. Dit kondig je aan door in de brief te vermelden dat als de betaling niet voor een bepaalde datum binnen is, je wettelijke rente zult toepassen.

 

De wettelijke handelsrente bedraagt (per 1 juli 2009) op jaarbasis 8%. Deze mag je in rekening brengen vanaf het moment dat de eerste betalingstermijn is verstreken. In de praktijk laten veel ondernemers deze rente achterwege, en wordt dit pas berekend op de sommatie of bij het uit handen geven van de factuur voor incasso.

 

Sommatie sturen

Als een klant ook na de herinnering(en) niet betaalt, kun je overgaan tot een formele sommatie, ook wel laatste aanmaning of ingebrekestelling. In deze brief waarschuw je dat je een incassoprocedure zult beginnen als er niet tijdig wordt betaald, waarbij de kosten uiteraard voor rekening van de klant zullen zijn. Een sommatie moet aan een aantal zaken voldoen. Zo moet een sommatie als zodanig herkenbaar zijn en bepaalde juridisch correcte formuleringen bevatten.

 

Incassobureau

Als een sommatie nog geen effect heeft, kun je de factuur uit handen geven. Dit kan bij een incassobureau. Een incassobureau is een commerciële dienstverlener zonder speciale juridische status of bevoegdheden. Een brief van een incassobureau kan een wanbetaler afschrikken, maar in feite kan een incassobureau niet meer dan jezelf kunt doen. Ook zij maken gebruik van een gerechtsdeurwaarder of advocaat als na het versturen van betalingsherinneringen en een sommatie nog niet tot betaling is overgegaan.

 

Gerechtsdeurwaarder

In plaats van een incassobureau kun je ook een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Tot een bedrag van € 5.000,- kan deze zelf procederen bij de kantonrechter. Voor hogere vorderingen moet een gerechtsdeurwaarder een advocaat inschakelen. Een gerechtsdeurwaarder heeft de hele incassoprocedure in een hand: sommatie, dagvaarding en tenuitvoerlegging van een vonnis.

 

De gerechtsdeurwaarder verhaalt in beginsel zijn kosten op de wanbetaler (mogelijk door de sommatie) en incasseert ook de wettelijke rente. In principe kost het inschakelen van een gerechtsdeurwaarder dus niets, maar als de deurwaarder de kosten niet helemaal kan verhalen, dan moet je die alsnog betalen. Dit is meestal vermeld in de algemene voorwaarden.

 

Advocaat

Als je moeilijkheden met de klant verwacht kan het verstandig zijn een advocaat in te schakelen. Bij vorderingen van meer dan € 5.000,- zul je een advocaat in moeten schakelen. Boven dit bedrag komen geschillen voor de rechtbank, waar je je moet laten bijstaan door een advocaat. Deze declareert zijn werkzaamheden op basis van een uurtarief. Ook een advocaat probeert, net als een gerechtsdeurwaarder, zijn kosten op de wanbetaler te verhalen.

 

Goederen terughalen

Soms kun je gebruikmaken van het ‘recht van reclame’ of het 'eigendomsvoorbehoud'. Het verdient de aanbeveling om in je algemene voorwaarden op te nemen dat goederen of diensten worden geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Mocht een klant niet betalen, dan kun je de geleverde goederen of diensten opvorderen als je eigendom (revindicatie). Dat is ook handig voor het geval je klant onverhoopt failliet gaat.

 

 

Terug naar Top

 

Bron: De Belastingdienst


Representatiekosten, wat kan wel en wat mag niet?

Representatiekosten zorgen vaak voor discussie. Menigmaal komt het voor dat de inspecteur een streep zal zetten door deze post. Wees dus zorgvuldig met de bonnetjes.

In de onderstaande tabel vindt u een opsomming van kosten. Per kostensoort ziet u welk percentage van de kosten u mag aftrekken bij het bepalen van de winst uit onderneming.

 

Tabel aftrekbare kosten voor de onderneming

 
Werkruimte thuis

0%, met uitzonderingen

Voedsel, drank, genotmiddelen, representatie, congressen, seminars, studiereizen, e.d.

Het deel dat boven de drempel uitkomt

Telefoonabonnement thuis

0%

Zakelijke telefoongesprekken thuis

100%

Algemene literatuur

0%

Vakliteratuur

100%

Werkkleding

100%

Kleding (geen werkkleding)

0%

Persoonlijke verzorging

0%

Aktetassen e.d.

100%

Apparatuur en instrumenten die niet tot het ondernemingsvermogen behoren

0%

Verhuiskosten

beperkt

Huisvesting buiten de woonplaats

beperkt

Geldboeten

0%

Auto van de zaak

beperkt

Zakelijke kosten eigen auto

beperkt

Vaartuigen voor representatieve doeleinden

0%

Link belastingdienst: Kosten van ondernemen

 

Voedsel, drank, genotmiddelen en representatie, congressen, seminars, studiereizen en dergelijke:

Onder de post 'voedsel' vallen zakenlunches en -diners (ook de fooien). Denk bij 'drank' aan koffie, thee, melk en frisdrank. Bij 'genotmiddelen' moet u denken aan onder andere sigaretten en sigaren. Onder 'representatie' vallen onder meer de kosten van recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak. Bij deze kosten geldt dat u het deel van het totaalbedrag mag aftrekken dat boven de drempel van € 4.200 uitkomt.

Voor de kosten van voedsel, drank, genotmiddelen, representatie, congressen, seminars, studiereizen en dergelijke kunt u in plaats van het toepassen van de € 4.200- drempel ook 73,5% van deze kosten aftrekken. Wilt u deze methode toepassen, dan kunt u daar bij de aangifte voor kiezen.

 

Terug naar Top

 

Bron: De Belastingdienst

Isolatiewerkzaamheden aan woningen

Isolatiewerkzaamheden aan woningen ouder dan 2 jaar, vallen onder het 6%-tarief. Dit tarief geldt alleen voor isolatiewerkzaamheden die gericht zijn op energiebesparing.

Het 6%-tarief is niet van toepassing op de geleverde (isolatie)materialen als de waarde daarvan meer bedraagt dan 50% van de waarde van de totale dienst. Als de waarde van de (isolatie)materialen 50% of minder bedraagt, dan valt de hele dienst (arbeidsloon en materialen) onder het 6%-tarief. Het is dus van belang om in de factuur een splitsing te maken tussen het arbeidsloon en de verstrekte (isolatie)materialen.

Op energiebesparing gerichte isolatiewerkzaamheden

Er is sprake van op energiebesparing gerichte maatregelen bij:

  • vloer-, gevel- en dakisolatie met een Rc-waarde die voldoet aan de eisen van het bouwbesluit (groter dan of gelijk aan 2,50 m2K/W)
  • spouwmuurisolatie met een Rc-waarde die groter is dan of gelijk aan 1,1 m2K/W
  • aanbrengen van ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen inclusief beglazing met Ugl-waarde die kleiner of gelijk is aan de eisen van het bouwbesluit
  • bodemisolatie met een Rc-waarde die groter is dan of gelijk aan 1,1 m2K/W

Woningen ouder dan 2 jaar

Het 6%-tarief geldt voor woningen die ouder zijn dan 2 jaar na de datum van eerste ingebruikneming. Voor de bepaling van de eerste ingebruikneming wordt uitgegaan van het feitelijk voor het eerst en op duurzame wijze gebruik maken van de woning. Incidenteel of tijdelijk gebruik van de woning voor andere doeleinden vormt in principe geen eerste ingebruikneming. Wanneer verschillende onderdelen van de woning op verschillende tijdstippen in gebruik zijn genomen, is de woning pas in gebruik genomen wanneer hij voor meer dan 50% daadwerkelijk wordt gebruikt.

 

Waarde materialen ten opzichte van waarde totale dienst

Voorbeeld A

arbeidsloon

€ 1000

isolatiemateriaal

€ 800

In deze situatie is de waarde van de materialen minder dan 50% van de waarde van de totale dienst (€ 1800). Dit betekent dat de totale dienst is onderworpen aan het 6%-tarief.

Voorbeeld B

arbeidsloon

€ 1000

isolatiemateriaal

€ 1001 of meer


In deze situatie is de waarde van de materialen meer dan 50% van de waarde van de totale dienst (€ 2001). Dit betekent dat alleen het arbeidsloon ad € 1000 is onderworpen aan het 6%-tarief.

Let op!

Het 6%-tarief voor isolatiewerkzaamheden geldt vanaf 1 juli 2009. Het moment waarop de prestatie wordt verricht, bepaalt of dit tarief van toepassing is. Het 6%-tarief geldt als de prestatie wordt afgerond op of ná 1 juli 2009.

 

Terug naar Top

 

Bron: De Zaak

Fiscus wil minder vaak uitstel aangifte

Laat u de belastingaangifte door een adviseur doen en vraagt die standaard uitstel aan? Dan moet u vanaf volgend jaar de aangifte vaker op tijd inleveren. De fiscus wordt namelijk strenger voor mensen die hun belastingaangifte te laat indienen.

Aangifte (te) vaak te laat
Als u een belastingadviseur inschakelt, krijgt u vrijwel altijd uitstel voor het indienen van de belastingaangifte. Prettig, dat zorgt voor extra tijd.

Maar in een ander opzicht is diezelfde fiscus er minder blij mee: het blijkt namelijk dat - ondanks het uitstel - de aangifte toch nog regelmatig te laat wordt ingediend. Onlangs werden bijvoorbeeld nog 400 duizend aanmaningen verstuurd die betrekking hadden op belastingjaar 2007.

Minder vaak uitstel
Op dit moment is het zo dat ook na te laat inleveren, er bij de volgende keer vaak weer gewoon uitstel wordt verleend. Pas als het vier keer in vijf jaar misgaat, wordt dit geweigerd. Die regeling is veel te soepel, aldus een woordvoerder van de Belastingdienst in het AD.

Er komen daarom strengere regels: u krijgt geen uitstel meer als u in drie jaar tijd twee keer te laat was met de aangifte. Het is de bedoeling dat deze regeling in 2010 ingaat. Het Register Belastingadviseurs pleit nog wel voor een overgangsperiode van een of twee jaar.

Auteur: Martin Krüger

 

 

Terug naar Top

 

Bron: ZZP Nederland

VAR verklaring

Verklaring Arbeids Relatie  - VAR voor ZZP’er

VAR – Algemeen en uitleg
Een Var Verklaring is een document dat wordt afgegeven door de Belastingdienst, waarin vermeld wordt wat uw status als zelfstandige is. Een ZZP’er, freelancer of zelfstandig ondernemer is voor de Belastingdienst overigens hetzelfde. Voor alle duidelijkheid: een VAR Verklaring is NIET VERPLICHT.

Veelal wordt door opdrachtgevers wel gevraagd om een Var Verklaring. Opdrachtgevers die ZZP’ers inhuren die beschikken over een VAR WUO zijn hierdoor gevrijwaard van mogelijke aanspraken van de Belastingdienst ten aanzien van loonbelasting en sociale premies. Als uw opdrachtgever een VAR WUO eist zult u deze dus moeten aanvragen.

Ook in de standaardmodelovereenkomst van ZZP Nederland staat een clausule die de opdrachtgever vrijwaart van mogelijke aanspraken en in diezelfde clausule staat uitdrukkelijk dat er sprake is van een zelfstandige opdracht en niet van een loondienstverband.


VAR Verklaring – 4 modellen

Nadat de Belastingdienst uw aanvraag heeft bekeken zullen zij een verklaring afgeven. Afhankelijk van uw antwoorden op de gestelde vragen wordt een passende VAR afgegeven. Er zijn 4 mogelijkheden:
  • VAR WUO
    Met een VAR WUO ziet de Belastingdienst u 100% als zelfstandig ondernemer en dan hoeft uw opdrachtgever over deze inkomsten geen loonbelasting/premie volksverzekeringen in te houden. Ook niet als achteraf blijkt dat de verklaring niet juist was.
     
  • VAR ROW en VAR Loon
    Als in de verklaring staat 'Resultaat uit Overige Werkzaamheden' of 'Loon', dan zijn aan deze kwalificatie geen rechten te ontlenen. Uw opdrachtgever moet in beide gevallen zelf beoordelen of er wel of niet sprake is van een dienstbetrekking op basis waarvan hij loonheffingen moet inhouden en afdragen. De standaardmodelovereenkomst van ZZP Nederland is hier uitermate geschikt voor. Bij een VAR ROW komt u niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek en andere ondernemersregelingen. Wel kunt u kosten van de winst aftrekken.

    Veel Freelancers zoals journalisten worden gezien als "resultaatgenieters" en kunnen gebruik maken van de Opting-in regeling
     
  • VAR DGA
    De VAR DGA geldt in voor een eigenaar van een BV. De verklaring 'werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap' geldt niet voor het loon dat u als directeur-grootaandeelhouder ontvangt van uw vennootschap zelf. Daarover moet uw vennootschap loonheffingen berekenen en afdragen. In sommige gevallen is de directeur-grootaandeelhouder niet verzekerd voor de premies werknemersverzekeringen. Voor de opdrachtgever betekent een VAR DGA dezelfde vrijwaring als een VAR WUO.
Het mag duidelijk zijn dat voor een ZZP’er een VAR WUO de enige VAR is die interessant is. De VAR WUO is een erkenning voor het volledige zelfstandig ondernemerschap.

Geldigheidsduur VAR
Een 'Verklaring arbeidsrelatie' is geldig tot het einde van het jaar van afgifte. Als u vóór 1 november bezig bent met een opdracht die doorloopt tot in het volgende kalenderjaar (maximaal 1 jaar), hoeft u voor die opdracht in het volgende kalenderjaar geen nieuwe 'Verklaring arbeidsrelatie' aan uw opdrachtgever te geven. Als u na 1 november met een opdracht bent begonnen, moet u in het volgende kalenderjaar wel een nieuwe 'Verklaring arbeidsrelatie' aan uw opdrachtgever geven.

Criteria voor een VAR Verklaring
Welke VAR u ontvangt is afhankelijk van een aantal factoren. Het vragenformulier is bedoeld om te bepalen of u een loondienstverband heeft, of niet. De belangrijkste norm is de gezagsverhouding en de afhankelijkheid van uw opdrachtgever. Daarom is het altijd goed meerdere opdrachtgevers per jaar te bedienen.
  • Aantal opdrachtgevers
    Standaard hanteert men dat u per jaar 3 of meer opdrachtgevers moet bedienen. Dit is overigens geen verplichting (wél verstandig voor uw continuïteit). Als u bijvoorbeeld een behoorlijk ondernemersrisico loopt dan kunt u in de praktijk volstaan met één opdrachtgever. Een voorbeeld: Stel u heeft een transportbedrijf met een eigen vrachtwagen en aanhanger waardoor u een behoorlijk financieel risico loopt dan is het geen probleem als u maar één opdrachtgever heeft. Andersom: stel u werkt al 14 jaar bij Bouwbedrijf Jansen en neemt vandaag ontslag om morgen weer 14 jaar voor Jansen te gaan werken maar nu als ZZP’er, dat lijkt op een verkapt loondienstverband en is niet toegestaan.
     
  • Onafhankelijkheid
    U dient als ZZP’er onafhankelijk te zijn van uw opdrachtgever, dat wil zeggen: als u uw onderneming moet inrichten volgens de eisen van de opdrachtgever bent u afhankelijk en niet zelfstandig. Dat uw werkzaamheden dienen te voldoen aan de eisen van de opdrachtgever staat hier buiten. Bedoeld wordt: als u onder het gezag van een opdrachtgever valt bent u niet zelfstandig.
     
  • Presentatie als zelfstandige
    Hiermee wordt bedoeld dat uw bedrijf een eigen gezicht moet hebben. Dit kan in de vorm van een visitekaartje, briefpapier, website etc.
     
  • Hoeveel tijd besteed u aan uw bedrijf
    Het urencriterium is een belangrijk onderdeel. Een 100% ondernemer zal op jaarbasis minstens 1225 uur per jaar aan zijn bedrijf besteden. Deze uren bestaan uit werken, administratie, acquisitie, cursus etc.
     
  • Maakt u winst, bent u aansprakelijk en loopt u risico
    Als u start verwacht men niet van u dat u direct winst maakt, maar het is de bedoeling dat uw bedrijf uiteindelijk iets gaat opleveren, winstgevend is. Aansprakelijkheid, wie is verantwoordelijk voor uw werkzaamheden als er iets verkeerd gaat. Ook risico in de vorm van kapitaal, ondernemersrisico is een belangrijk criterium.

 

 

Terug naar Top